Sneeuwkettingen? Wat is verplicht in de auto in het buitenland en hoe plaats ik deze?

standard

Sneeuwkettingen? Wat is verplicht in de auto in het buitenland en hoe plaats ik deze?

In het buitenland geldt een andere regelgeving voor wat u in uw auto moet hebben. Speciaal voor u heb ik de verplichte uitrusting op een rijtje gezet.

Sneeuwkettingen zijn soms verplicht

  • In vele landen, waaronder de traditionele skilanden, is het gebruik van sneeuwkettingen verplicht op specifieke wegen zoals bijvoorbeeld op besneeuwde bergpassen.
  • De verplichting wordt er aangegeven met een welbepaald verkeersbord en geldt voor alle type voertuigen, inclusief de 4×4, kampeerauto’s, autocars en vrachtwagens.
  • De verplichting geldt ook als de wagen voorzien is van winterbanden.

Waarom zijn sneeuwkettingen nuttig?

  • Sneeuwkettingen bieden een ideale grip op de sneeuw en worden best gebruikt in combinatie met winterbanden. In talrijke landen zijn winterbanden immers verplicht voor alle voertuigen in winterse omstandigheden.
  • De maximumsnelheid van een auto met sneeuwkettingen bedraagt zowat 50 km/uur. Die snelheid wordt doorgaans aangegeven op de verpakking van de sneeuwkettingen.
  • Sneeuwkettingen worden niet toegelaten in tunnels of wanneer hun gebruik het wegdek kan beschadigen.

Enkele tips en weetjes

  •  Sneeuwkettingen worden best gemonteerd op de wielen met aandrijving.
  • Informeer u vóór het vertrek naar de verplichtingen om over sneeuwkettingen te beschikken. De Dienst voor Toerisme van uw skistation zal u kunnen informeren over de noodzaak om over sneeuwkettingen te beschikken om het gebied te bereiken.
    Als u niet voorzien bent van de geschikte uitrusting, zal u rechtsomkeer moeten maken en sneeuwkettingen moeten kopen in een nabij gelegen autocentrale, een garage of in een “doe-het-zelf-winkel” .
  • Let wel: misschien laten de weersomstandigheden toe dat u uw bestemming bereikt zonder sneeuwkettingen te moeten gebruiken, maar dit zal misschien niet meer het geval zijn bij uwterugreis. In dat geval zal het misschien niet zo makkelijk zijn om sneeuwkettingen te vinden in uw vakantieoord!
  • Sneeuwkettingen worden verkocht of verhuurd door de meeste autodealers en bandencentra. Ga bij de aankoop of de huur van de kettingen goed na of ze bij uw wagen passen.
    Voor sommige type auto’s is het gebruik van sneeuwkettingen echter afgeraden omdat ze de wagen kunnen beschadigen.
  • Best is om thuis vóór het vertrek het monteren van de sneeuwketting op de autoband in te oefenen. Dit is niet enkel nuttig om zeker te zijn dat de sneeuwketting op de autoband past, maar ook om met kennis van zaken de sneeuwketting snel en veilig te kunnen plaatsen vanaf het ogenblik dat ze verplicht wordt.
    Veel autobestuurders trachten dit voor de eerste keer te doen langs de kant van de weg in veelal moeilijke omstandigheden en zonder enige ervaring, met alle gevolgen van dien.
    Zo krijgen de bijstandscentrales elk jaar tientallen oproepen van autobestuurders die in de sneeuw vastzitten omdat ze niet over sneeuwkettingen beschikken of ze niet kunnen monteren.
  • Zorg ervoor dat de sneeuwkettingen in de wagen binnen handbereik liggen (bvb bovenaan de bagage), voorzie degelijke (warme) werkhandschoenen en eventueel een werkkledij. Gebruik desnoods de vloermat van de bestuurder om op te knielen bij het aanbrengen van de sneeuwkettingen. Een goede zaklamp zal nodig zijn indien de kettingen ’s nachts of bij schemerlicht worden gemonteerd.
  • Haal de sneeuwkettingen van de autobanden van zodra ze niet meer nodig zijn. Ze mogen immers niet gebruikt worden wanneer ze het wegdek beschadigen.
  • Er bestaan alternatieven, zoals de “sneeuwsokken”. Deze hebben een betere grip dan winterbanden op een besneeuwd wegdek, maar ze zijn niet even efficiënt als de sneeuwkettingen. Sneeuwkettingen moeten dus gemonteerd worden als ze verplicht zijn.

In welke landen zijn sneeuwkettingen verplicht?

  • Bord-sneeuwkettingOp veel winterse bestemmingen is het verplicht om sneeuwkettingen te gebruiken of in de auto te hebben. In landen als Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland en Italië gelden tijdens de wintermaanden speciale regels omtrent het gebruik en bezit van sneeuwkettingen.
  • De verplichting om sneeuwkettingen te gebruiken op bepaalde wegen wordt aangegeven met een speciaal verkeersbord  (blauw bord met afbeelding van een autoband met een sneeuwketting) langs de weg en kan ook van toepassing zijn buiten het winterseizoen afhankelijk van de weersomstandigheden.

Wij zetten daarom precies voor u op een rijtje wat deze landen precies voorschrijven.

Duitsland: Wanneer sneeuwkettingen verplicht zijn in bepaalde winterse omstandigheden, dan wordt dit in Duitsland aangegeven met een blauw bord. De maximumsnelheid met sneeuwkettingen is 50 km per uur. Bovendien is het hier verplicht om winterbanden op de auto te hebben en voldoende ruitenvloeistof.

Frankrijk: In Frankrijk mogen sneeuwkettingen enkel worden gebruikt wanneer er sneeuw op de weg ligt. Op vele wegen is het met sneeuwval verplicht om sneeuwkettingen te gebruiken. Ook winterbanden zijn bij winterse omstandigheden verplicht in Frankrijk

Oostenrijk: In Oostenrijk mogen sneeuwkettingen alleen gebruikt worden als dit noodzakelijk is en de weg niet beschadigd. Wanneer het verplicht is om te rijden met sneeuwkettingen dan wordt dat door het bekende blauwe bord aangegeven. In Oostenrijk is de aanbevolen snelheid met sneeuwkettingen 40 km per uur. Ook winterbanden zijn bij winterse omstandigheden verplicht.

Italië: Van 15 oktober tot 15 april is het in de Aostavallei en op de Brenner autobahn A22 verplicht om sneeuwkettingen in de auto te hebben. In andere delen van Italië is het niet algemeen verplicht, maar kan dat op bepaalde wegen wel het geval zijn. Dat wordt dan aangegeven door middel van verkeersborden.

Zwitserland: In Zwitserland geldt hetzelfde principe als in Oostenrijk: wanneer de toestand van de weg vraagt om sneeuwkettingen, dan zijn deze verplicht. Ook hier wordt dat aangegeven met een verkeersbord. De maximumsnelheid bedraagt 50 km per uur. In de St. Gotthard- en San Bernardinotunnel, evenals in de Selisberg, is het gebruik van sneeuwkettingen verboden.

Tsjechië: Tijdens de wintermaanden is de aanwezigheid van sneeuwkettingen in de auto verplicht, het gebruik is echter alleen toegestaan wanneer er sneeuw op de weg ligt. Daarnaast geldt van 1 november tot en met 31 maart een verplichting tot het gebruik van winterbanden. Deze moeten voorzien zijn van M+S aanduiding en een minimale profieldiepte van 4 mm.

Kroatië: Ook in Kroatië is de aanwezigheid van sneeuwkettingen in de auto verplicht. Het gebruik van de sneeuwkettingen is daarentegen verplicht wanneer er minimaal 5 cm sneeuw op het wegdek ligt. Daarnaast is er ook een verplichting tot het hebben van een sneeuwschep in de auto tijdens winterse omstandigheden.

Slowakije: In Slowakije is het gebruik van sneeuwkettingen enkel toegestaan wanneer de weg bedekt is met sneeuw of ijs. Het wegdek mag namelijk niet beschadigd raken door het onnodig gebruik van sneeuwkettingen.

 

Hoe moet je sneeuwkettingen omleggen? In deze video laten we je zien hoe je dit in een paar stappen doet. Na deze tutorial wordt sneeuwkettingen omleggen een fluitje van een cent.

 

bron

www.europ-assistance.be
https://www.sneeuwkettingenstore.com

Tips en advies: 30 tips om uw aanrijdingsformulier goed in te vullen

aanrijdingsformulier12 22-09-00Na een auto-ongeval is een goed ingevuld aanrijdingsformulier de eerste stap naar een snelle schaderegeling. Deze 30 tips helpen u om een aanrijdingsformulier correct en volledig in te vullen.

1) Tip vooraf: leg twee tot drie aanrijdingsformulieren in uw auto. Bij een kettingbotsing bijvoorbeeld moet u zowel met de wagen achter u als voor u een aanrijdingsformulier invullen.

2) U kunt het aanrijdingsformulier ook gebruiken om een schadegeval aan te geven waarbij geen andere personen betrokken zijn, bijvoorbeeld bij een botsing tegen een boom, na diefstal of na een brand.

3) Noteer uw gegevens op voorhand op het aanrijdingsformulier, dat bespaart u stress.

4) Leg een balpen in uw auto.

5) Haal er de politie bij als er gewonden zijn, wanneer er discussie is over de omstandigheden van het ongeval, of wanneer de tegenpartij dronken is.

6) Ook met een proces-verbaal van het ongeval, vult u nog een aanrijdingsformulier in. Zonder ingevuld formulier moet de verzekeringsmaatschappij de gegevens opzoeken en loopt de schaderegeling vertraging op.

7) De tegenpartij en u moeten samen maar één formulier invullen. De voorkant wordt door beide partijen ingevuld en is bedoeld voor de objectieve vaststellingen.

8) Veel mensen vergeten de achterkant van het aanrijdingsformulier in te vullen. Daar kunt u extra informatie voor de verzekeraar noteren, bijvoorbeeld of er een proces-verbaal is, het chassisnummer van uw voertuig, … Dit gedeelte kunt u achteraf thuis invullen.

9) Het Europees aanrijdingsformulier ziet er in alle Europese landen hetzelfde uit. Als u bijvoorbeeld een Spaanstalig formulier invult, kunt u de vertaling volgen bij de overeenkomstige vakken op uw eigen formulier.

10) We kunnen u telefonisch nuttige tips geven bij het invullen van het formulier, of kunnen eventueel ter plaatse komen.

11) Schrijf duidelijk. Gebruik een balpen en vermijd doorhalingen. Leg tijdens het schrijven het formulier op een harde ondergrond.

12) Vul het formulier onmiddellijk ter plaatse in. Achteraf gegevens invullen maakt het voor de tegenpartij gemakkelijker om uw verklaringen te betwisten. Bovendien kunnen de getuigen dan al vertrokken zijn en de voertuigen aan de kant gesleept.

13) Vul het aanrijdingsformulier volledig in. Ontbrekende gegevens veroorzaken onduidelijkheden, onjuistheden en betwistingen.

14) Vul het aanrijdingsformulier nauwkeurig en correct in. Een verkeerd ingevuld schadeformulier kan de niet-aansprakelijke bestuurder zijn rechten kosten.

15) Neem enkele foto’s ter plaatse. Die kunnen veel duidelijk maken voor de dossierbeheerders.

16) Vul de naam van de getuigen volledig in, en vermeld ook hun adres en gsm-nummer. Zo niet kan de tegenpartij die getuigen betwisten. Passagiers van de wagens die betrokken zijn bij het ongeval, worden niet aanvaard als getuigen. Getuigen die slechts op één formulier voorkomen, worden door de verzekeringsmaatschappijen en de rechtbank niet weerhouden.

17) In vak 10 duidt u de plaats van de impact aan. Bij een latere discussie kan dit uw versie kracht bij zetten. De schade kan onzichtbaar zijn (bijvoorbeeld kunststof dat na een impact terug uitblust), maar achterliggend wel aanwezig zijn. Als de expert de plaats van impact kent, weet hij bovendien waar hij extra moet op letten. Of nog: als u kort na elkaar twee ongevallen hebt, is het belangrijk dat de expert de juiste schade onderzoekt.

18) Bij vak 11 vult u in of uw wagen schade heeft opgelopen. Als u twijfelt, vult u niets in. Experts kunnen achteraf de schade vaststellen.

19) Vermeld bij vak 12 zeker het totaal aantal aangekruiste vakjes.

20) Maak eerst een proefschets voor u de officiële situatieschets in vak 13 tekent.

21) Schets de breedte van de weg en de grootte van de auto’s in de juiste verhoudingen. De ruitjes op het blad helpen u daarbij. Respecteer de plaats van het voertuig ten opzichte van de straat. Duid de getuigen aan met een kruisje.

22) Vermeld ook eventuele borden en verkeerslichten op de schets, de precieze plaats van de aanrijding, de straatnamen en de rijrichting. Duid de middenas van de weg aan met een stippellijn. Doe dat enkel als er een middellijn gemarkeerd is op de weg. Anders kan een stippellijn tot foute conclusies leiden.

23) Kijk uit met pijltjes op de situatieschets: een pijltje betekent dat uw voertuig in beweging was, geen pijltje betekent dat uw voertuig stilstond.

24) In vak 14, ‘Opmerkingen’, kunt u noteren wat u elders op het formulier niet kwijt kan. U kunt ook verklaren waarom u niet akkoord gaat met de verklaringen van de tegenpartij, als dat het geval is. Als u geen opmerkingen hebt, wordt verondersteld dat u akkoord gaat met de tegenpartij.

25) Als u en de tegenpartij er niet uit raken, vult u elk apart een aanrijdingsformulier in. De verzekeringsmaatschappijen zullen proberen alsnog tot een minnelijke schikking te komen, maar de schaderegeling zal wel vertraging oplopen. Verzamel wel alle gegevens van de tegenpartij: merk, model en nummerplaat van de auto, en zeker de verzekeringsgegevens.

26) Let goed op de gegevens van de tegenpartij voor u het formulier ondertekent. Klopt de geldigheidsduur van zijn groene kaart of verzekeringsbewijs (vak 8)? Controleer zeker vakken 12, 13 en 15 want die zijn gemeenschappelijk.

27) Onderteken pas als de tegenpartij het formulier volledig heeft ingevuld en zorg ervoor dat er achteraf niets meer bijgeschreven wordt.

28) Onderteken het aanrijdingsformulier alleen als u volledig akkoord gaat. U kunt gerust weigeren om te tekenen, zelfs als een politieagent het formulier heeft ingevuld.

29) Als het formulier volledig ingevuld is en ondertekend door beide partijen dan bewaart elke partij een exemplaar: ofwel het originele ofwel het doorgedrukte exemplaar.

30) Bezorg het aanrijdingsformulier zo snel mogelijk aan uw makelaar. Het moet binnen de acht dagen bij uw verzekeringsmaatschappij aankomen.

Bron: http://www.vivium.be

standard

1 dodelijk ongeval op 3 op autosnelwegen gebeurt in de buurt van op– en afritten.

Bij de dodelijke ongevallen op een autosnelweg droeg meer dan een derde van de bestuurders en meer dan de helft van de passagiers die achteraan zaten hun gordel niet. Te hoge snelheid speelde een rol in 4 op de 10 dodelijke ongevallen. Op– en afritten zijn bovendien de meest risicovolle plaatsen: 1 dodelijk ongeval op 3 gebeurt daar of in de buurt ervan. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit een nieuwe studie van Vias institute die alle dodelijke ongevallen in België onderzocht.

In België wordt meer dan een derde (38%) van alle afgelegde voertuigkilometers op de autosnelwegen gereden. Het ongevalsrisico is er kleiner dan op andere delen van het wegennet, maar de ernst van de ongevallen is er wel hoger. We stellen 31 doden per 1000 letselongevallen vast, dat is 4 keer meer dan in een bebouwde kom (8 doden per 1000 letselongevallen). In het kader van deze studie heeft Vias institute op basis van PV’s van de federale politie 158 dodelijke ongevallen in de periode 2014-2015 op de autosnelwegen onderzocht, waarbij 529 personen betrokken waren.

Infrastructuur : vooral de opritten en afritten zijn dodelijk

Een dodelijk ongeval op 10 (10%) gebeurde op de op– of afrit en 1 ongeval op 5 (20%) in de buurt ervan. In totaal gebeuren dus bijna 30% van de dodelijke ongevallen op of nabij een oprit of afrit. Het risico op een ongeval is er dus hoger. 5% van de ongevallen gebeurden ter hoogte van een verkeerswisselaar. Bij één dodelijk ongeval op 8 (13%), waren er werken aan de gang op het moment dat het ongeval zich voordeed. Dit cijfer stijgt de laatste jaren en ligt 3x hoger dan in 2009 (4%).

Ongevalsfactoren : nog steeds wordt de gordel te weinig gedragen

Ongeveer een derde van de bestuurders en passagiers die betrokken waren in een dodelijk ongeval droegen hun gordel niet: 35% van de bestuurders, 21% van de passagiers voorin en…52% van de passagiers achteraan. 60% van de dodelijke slachtoffers in een ongeval op een autosnelweg droegen hun gordel niet. Snelheid speelt een rol in tenminste 38% van de dodelijke ongevallen. Het is ook opvallend dat 1 op 5 (19%) stilstond op het moment van het ongeval. Alcohol speelde een rol in meer dan 1 ongeval op 10 (11%), maar in 40% van de gevallen werd geen enkele betrokken bestuurder op alcohol getest.

Weersomstandigheden: regen is gevaarlijk

Bij 1 ongeval op 8 (12%) regende het toen het ongeval gebeurde. Gemiddeld regent het 6% van de tijd in België. Het risico op een dodelijk ongeval op een autosnelweg is dus hoger in geval van regen .Ongeveer een derde van de ongevallen (28%) gebeurden in duisternis, waarbij de openbare verlichting werkte. In 1 ongeval op 6 (17%) deed het ongeval zich voor in duisternis, zonder openbare verlichting. Het percentage dodelijke ongevallen in totale duisternis is 2x hoger op autosnelwegen dan op andere wegtypes.

Kenmerken van de weggebruikers: 1 op 20 was een voetganger

1 weggebruiker op 20 (5%) die om het leven komt in een ongeval op een autosnelweg was een voetganger. Als er zich een ongeval voordeed met een kwetsbare weggebruiker is het risico dat die overleed heel groot: 83% van de betrokken voetgangers zijn overleden. In de wagens is de mortaliteitsgraad 49%. 

Profiel van ongevallen

Dit zijn de 5 meest voorkomende ongevalsprofielen:

  • de bestuurder verliest de controle over het voertuig. (29%). De helft van de betrokken bestuurders overleeft dit type ongeval niet. Vaak spelen snelheid en/of alcohol een rol in dit type ongeval.
  • een voertuig rijdt in op de staart van een file (16%). Vrachtwagens zijn vaker betrokken bij dit type ongevalsprofiel.
  • de bestuurder wijkt af van zijn rijstrook (12%) en botst met een obstakel of met een andere weggebruiker. Deze ongevallen komen vaker voor in het duister.
  • de bestuurder maakt een fout bij het inhalen (8%). Bij 4 op de 10 ongevallen gaat het over eenzijdige ongevallen.
  • een bestuurder rijdt in op een normaal rijdend voertuig (6%). Deze ongevallen gebeuren het vaakst tijdens het weekend en tijdens totale duisternis.

Autosnelwegen meest dodelijk in Vlaams-Brabant

Over de periode 2009-2015, vielen er gemiddeld 44 doden per 100 kilometer autosnelweg. De autosnelwegen in Vlaams-Brabant (53 doden per 100 km) en Henegouwen (52 doden per 100km) waren het meest dodelijk. De autosnelwegen in Limburg waren het veiligst (30 doden per 100 km).

Conclusie

Sensibiliseringsacties en controles zijn onontbeerlijk om tot een effectieve gedragswijziging te komen. Te vaak stellen we vast bij dodelijke ongevallen op autosnelwegen dat mensen hun gordel niet dragen en er sprake is van overdreven snelheid. Voor snelheid blijven trajectcontroles veel efficiënter dan vaste radars. Het is vooral belangrijk om controles uit te voeren in risicozones zoals bij wegenwerken en in zones dicht bij op– en afritten van autosnelwegen.

Op het gebied van infrastructuur, moet men verder inzetten op de gekende principes van vergevingsgezinde wegen. Dit wil zeggen dat de infrastructuur zo ingericht moet zijn dat de menselijke fouten niet tot een fatale afloop leiden, bijvoorbeeld voor een voertuig dat van de weg is afgeraakt. Het gebruik van dynamische verkeersborden moet verder veralgemeend worden. Deze borden leggen een snelheidslimiet op die aangepast is aan de actuele verkeerssituatie. Ze kunnen ook de bestuurders waarschuwen in het geval van file of een ander verkeersprobleem. Het is ook belangrijk dat de snelheidslimieten op elke plaats en elk tijdstip duidelijk zijn voor de weggebruiker, vooral in de zones waar er wegenwerken aan de gang zijn.

bron http://www.vias.be

verzekering
standard

12 tips om werk te maken van uw gezondheid

Volgens een onderzoek van HR-dienstverlener Securex en ondernemersorganisatie NSZ nemen maar liefst 75% van de ondernemers doorheen de dag onvoldoende tijd voor ontspanning.

Deze 12 tips zetten u op weg naar een betere balans.

Werken is gezond. Akkoord, maar soms staat uw werk tussen u, uw gezin en uw gezondheid. Volgens een onderzoek van HR-dienstverlener Securex en ondernemersorganisatie NSZ nemen maar liefst 75% van de ondernemers doorheen de dag onvoldoende tijd voor ontspanning. Ter vergelijking: bij werknemers gaat het hier slechts om 42%. Neemt ook u te weinig tijd voor uzelf? Voor ontspanning, beweging en gezonde voeding? Deze 12 tips zetten u op weg naar een betere balans.

4 ontspanningstips

1. Stop met multitasken Onze hersenen kunnen zich maar op één ding tegelijk focussen. Toch als u dat voor de volle 100% wilt doen én geconcentreerd wilt blijven. Hou hier rekening mee als u werkt, én als u zicht ontspant.

2. Beperk het werk Zijn Facebook, Twitter, Pinterest en Instagram wel ontspannend voor u? Of ziet u daar vooral meldingen van collega’s en sectorgenoten? Leg uw smartphone of tablet even opzij. En focus even op iets totaal anders. Een boek dat niets met het werk te maken heeft bijvoorbeeld.

3. Durf nee zeggen Op alles `ja’ zeggen zorgt ervoor dat uw agenda overvol komt te staan. Dat brengt risico’s met zich mee. U kunt al dat ingeplande werk niet doen zoals u het echt wil. En u houdt geen tijd meer over voor uw privéleven. Vaak zijn ontspanningsmomenten de eerste die worden opgeslorpt door extra werk.

4. Plan uw ontspanning zoals u uw werk plant


4 voedingstips

1. Bereid u voor Weinig tijd en bent u veel onderweg? Maak ’s avonds al uw lunchpakket klaar of maak snel zelf een smoothie. Zo hoeft u ’s anderendaags niet gauw-gauw het zoveelste broodje te verorberen. Let op voor kant-en-klare smoothies: die bevatten veel suiker.

2. Leg een voorraad aan Hou gezonde snacks in voorraad: een handvol noten, yoghurt, platte kaas. Waarom zet u geen fruitmand in de buurt van uw werkplek? Een hongertje tussendoor vangt u dan meteen op met een gezond alternatief.

3. Moeilijke uren? Probeer toch gezond te eten Is het eens een dag of een week niet mogelijk om op `normale’ tijdstippen te eten? Dat kan gebeuren bij iemand die hard werkt zoals u. Schenk ook op die momenten aandacht aan wat u eet. Dat is belangrijker dan wanneer u eet.

4. Drink voldoende water, ook op restaurant Zakenlunch? Vraag meteen een fles water. Zo kunt u iets drinken terwijl u wacht en blijft u makkelijker van de zoute knabbels of het brood met boter. Vraag eens extra groenten in plaats van extra frieten.


 

4 beweegtips

1. Begin de dag met beweging Probeer wat vroeger op te staan en gebruik die extra tijd om te joggen, te wandelen of wat te fitnessen. Dan even douchen en u start energiek aan uw werkdag.

2. Tel je stappen Een stappenteller is een plezierige en makkelijke manier om uzelf aan te sporen om meer te bewegen. Kijk voor meer info en achtergrond op www.10000stappen.be

3. Fiets eens naar een afspraak U zal ook merken dat u er meteen even helemaal uit bent. Of vervang uw middagpauze door een fiets-, wandel- of loopbreak.

4. Laat u door anderen in beweging zetten Spreek af met vrienden of collega’s om te sporten. Of stel samen een doel: een loopafstand of deelname aan een wandel- of fietstocht. Samen sporten is leuker. De sociale druk motiveert u om uw sportmoment niet uit te stellen. Oh ja, en misschien kan uw bedrijf jullie sponsoren?

 

bron http://www.deltalloydlife.be/

 

 

verzekering
standard

Arbeidsongevallen: een ongeval op de weg van of naar het werk: wat nu?

In de laatste 15 jaar is het aantal arbeidsongevallen sterk gedaald. Toch zien we in dezelfde periode een lichte stijging van het aantal ongevallen op de weg van en naar het werk.
Voorzichtigheid is geboden, zowel voor u als uw medewerkers. Hieronder vindt u alvast enkele nuttige tips om te delen: hoe kunnen we ongevallen vermijden, en als er dan toch één gebeurt, wat doen we dan?

Preventietips

  • Kies een veilig vervoermiddel. Het openbaar vervoer is het veiligste.
  • Vertrek op tijd. Hierdoor zal de verkeershinder minder stress opleveren.
  • Alcohol en drugs in het verkeer zijn uit den boze!
  • Tweewielers hebben de zwaarste ongevallen. Het is erg belangrijk om gezien te worden: zorg voor goede, niet-verblindende verlichting en draag fluorescerende kledij. Een geschikte helm beperkt eventuele letsels, ook als fietser. Ook is het belangrijk je snelheid aan te passen, vooral in bochten en bij nat (en glad) weer.
  • Met de auto bewaar je voldoende afstand om veilig te kunnen stoppen. Draag ook altijd je gordel. En ook voor autobestuurders geldt: pas je snelheid aan in functie van het verkeer en de weersomstandigheden!
  • Ook op het openbaar vervoer gebeuren ongevallen. Neem bij het op- en afstappen van trein, tram of bus steeds de handgreep vast tot je helemaal binnen of buiten bent. Houd je ook vast als je binnen recht moet staan.
    Onthoud ook het gezegde ‘beter laat dan nooit’: wanneer het geluidssignaal weerklinkt voor het sluiten van de deuren, probeer dan niet meer in of uit het voertuig te springen. Dat is trouwens verboden! Ook is het verboden om de veiligheidslijn op het perron te overschrijden tot de trein, metro of tram volledig stilstaat, en om de sporen over te steken.
  • Bent u te voet? Kijk dan uit voor putjes en hindernissen op de weg. Houd je bij het oversteken aan wat je als kind hebt geleerd: eerst naar links kijken, dan naar rechts. Die regel lijkt kinderachtig, maar heel wat voetgangers laten zich verrassen wanneer ze deze regel negeren! Houd je daarom ook aan het verkeersreglement en reken niet te veel op je voorrang als voetganger…

Toch een ongeval op de weg van of naar het werk? Lees hier wat je moet doen.

Naast de eventuele medische verzorging is er het verzekeringsaspect. Een ongeval op de weg van en naar het werk is gedekt door de arbeidsongevallenverzekering, op voorwaarde het op de normale weg naar het werk gebeurt en voldoet aan de definitie van een arbeidsongeval.

De stappen die je moet doorlopen:

  • doe op tijd (binnen de 8 dagen) een aangifte bij de verzekeringsmaatschappij;
  • toon aan dat het om een plotse gebeurtenis gaat;
  • toon aan dat er een letsel bestaat;
  • toon aan dat het feit gebeurde op het normale traject van de door de werkgever gekende verblijfplaats naar de arbeidsplaats en omgekeerd.

In het begrip ‘normaal’ zijn zowel de plaats als het tijdstip belangrijk. Een verantwoorde omweg of een oponthoud wordt eventueel aanvaard. Bewijsmiddelen (bv. een getuigenverklaring) kunnen belangrijk zijn voor de aanvaarding van het ongeval (er is geen wettelijk vermoeden).

Hebt u nog vragen? Aarzel niet en neem contact met mij op tel 054/41 30 44 of via e-mail zakenkantoor.steenhoudt@proximus.be

verzekering
standard

Autoverzekering: verschil tussen voornaamste bestuurder, gewone bestuurder en occasionele bestuurder

Zoals u weet is de tarifering van een contract autoverzekering afhankelijk van een heleboel criteria. Zo zullen de eigenschappen van de voornaamste bestuurder een grote impact hebben op de premie, net als het feit of er al dan niet een jongere gewone bestuurder aanwezig is.

Om duidelijkheid te scheppen hebben wij deze begrippen verder uitgelegd.
Opgelet! Sommige verzekeraars kunnen andere begrippen of benamingen hanteren!  Raadpleeg de algemene voorwaarden van uw polis of contacteer ons in geval van twijfel.

De definities

    • Voornaamste of hoofdbestuurder: de voornaamste bestuurder is de bestuurder die het voertuig het meest gebruikt. Indien er twijfel is tussen ‘de tijd achter het stuur’ en ‘het aantal afgelegde km’, is het in het algemene ‘de tijd achter het stuur’ die bepalend is.
  • Gewone of regelmatige bestuurder: een gewone bestuurder is een bestuurder die regelmatig rijdt met het aangeduide voertuig zonder er de voornaamste bestuurder van te zijn. ‘Regelmatig’ interpreteren we als minimaal eenmaal per week. Indien deze persoon een jongere is kan u deze beter laten opnemen in de verzekeringspolis als bijkomende bestuurder.
  • De occasionele bestuurder is diegene die de auto maar af en toe gebruikt en vooral op onregelmatige basis.

Voorbeeld

Als uw zoon elke vrijdagavond uw auto gebruikt, wordt hij beschouwd als gewone of regelmatige bestuurder en niet meer als occasionele bestuurder.  U kan uw zoon dus beter  als bijkomende regelmatige bestuurder in uw autopolis laten opnemen.  Indien u dit niet doet bestaat het risico dat de autoverzekeraar zich tegen u keert na een ongeval om het totaal bedrag op u terug te vorderen die ze aan de tegenpartij heeft uitgekeerd! 

Indien uw kinderen maar af en toe met de wagen rijden, kan u hen opnemen als occasionele bestuurder. Voordeel is dat uw kinderen op die manier ook een bepaalde periode van rij-ervaring kunnen aantonen wanneer zij later voornaamste bestuurder worden van een wagen of zelf een verzekering wensen af te sluiten. Verzekeringsmaatschappijen nemen kinderen meestal gratis of mits een kleine bijpremie op als occasionele bestuurder in de verzekeringspolis van de ouders.

Is uw kind de voornaamste of hoofdbestuurder van de wagen, ook hier hebben we interessante oplossingen voor jongeren.

Neem geen risico en zorg dat u correct verzekerd bent? U wilt toch niet voor verrassingen komen te staan!

 

verzekering
standard

Waarom een BA familiale, zelfs zonder kind of huisdier?

In tegenstelling tot de verzekering BA Auto, die voor elke bestuurder verplicht is, blijft BA familiale een facultatieve dekking. Dat weerhoudt veel mensen er echter niet van om deze verzekering af te sluiten, zoals blijkt uit deze cijfers van de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen.

Toch denken velen nog dat “ze enkel nuttig is als men kinderen of huisdieren heeft.” Waarheid of fabeltje? Hier volgt het antwoord.

Wat is BA familiale?

BA familiale is een verzekering die uw burgerlijke aansprakelijkheid en die van de onderstaande groepen dekt voor lichamelijke of materiële schade toegebracht aan een derde.

Wat dekt BA familiale?

Deze verzekering dekt schadegevallen die worden veroorzaakt door:

  • gezinsleden die onder hetzelfde dak wonen;
  • huisdieren;
  • kinderen op kot;
  • huispersoneel (poetsvrouw, tuinman, …).

Daar blijft het echter niet bij! Sommige verzekeringsmaatschappijen breiden het begrip verzekerde uit tot de personen die:

  • net zijn verhuisd;
  • tijdelijk bij u verblijven (vrienden bijvoorbeeld);
  • door u onderhouden worden (bijvoorbeeld uw ouders in het rusthuis).

Daarnaast dekt de verzekering BA familiale ook de gebouwen waarvoor u verantwoordelijk bent en dat niet enkel in België, maar overal ter wereld*.

In welke situaties komt deze verzekering nu concreet tussen?

Naast het klassieke voorbeeld van de gebroken ruit op school of een beet van uw hond komt BA familiale ook tussen in deze gevallen:

  • Het is zomer. U organiseert een familiefeestje met een traditionele barbecue. Op het einde van de dag vergeet u het vuur goed te doven en de gloeiende kolen veroorzaken brand bij uw buurman.
  • U bent op skivakantie in de Alpen en beslist om een sneeuwscooter te huren. U laat zich verrassen door de kracht van de machine en botst tegen een boom. Het voertuig is vernield en de schade is aanzienlijk.
  • Het stormt en u zet de vuilnisbakken buiten. Plots worden ze weggeblazen door een hevige windstoot. Een automobilist wil ze ontwijken, voert een noodmanoeuvre uit en rijdt tegen een geparkeerd voertuig.
  • Een van uw dakgoten zit vol bladeren en takken en veroorzaakt waterschade bij uw buurman.
  • Tijdens het snoeien van een boom snijdt uw tuinman een tak af die schade aanricht in de tuin van uw buurman. Uw personeel wordt in dat geval aansprakelijk gesteld.
  • Uw vader verblijft in een rusthuis en is vaak in de war. Hij gaat buiten en merkt het verkeerslicht aan het zebrapad niet op. Hij veroorzaakt een ongeval met een fietser.

Conclusie

Een verzekering BA familiale is zeker onmisbaar als u kinderen of huisdieren heeft. Maar ook als u die niet heeft, is ze net zo belangrijk, zoals de bovenstaande voorbeelden aantonen.

_ Wilt u zeker zijn dat uw toekomstplannen niet in het gedrang komen door een ongelukkige gebeurtenis?

Neem dan contact met ons op en wij helpen u graag verder met het kiezen van een BA familiale die is afgestemd op uw noden.

 

bron www.aginsurance.be

standard

Met welke veelvoorkomende problemen kunt u in uw woning te maken krijgen en welke verzekeringen bieden u bescherming?

Werd uw koepel of veranda beschadigd door hagel? Heeft u last van vocht in een muur? Is er een boom op uw dak gevallen? Wist u dat het aantal branden in België almaar toeneemt? En dat u belastingvermindering kunt genieten als u uw woning beveiligt?

Hieronder vindt u nuttige informatie en tips om uw onroerend goed en/of de inboedel ervan te beschermen.

De brandverzekering: ten zeerste aanbevolen

De brandverzekering, ook wel ‘woningverzekering’ genoemd, is niet verplicht, maar wordt ten zeerste aangeraden. Ze vergoedt immers de materiële schade aan uw onroerend goed en/of de inboedel, waarvan de kosten al snel hoog kunnen oplopen. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, beperkt deze verzekering zich niet tot brandschade.

Elke brandverzekering vergoedt de materiële schade aan uw woning die wordt veroorzaakt door:

  • brand,
  • explosie en implosie,
  • bliksem,
  • aanslagen en arbeidsconflicten (bijvoorbeeld als gevolg van het gooien van stenen of explosieven),
  • een dier of een voertuig,
  • vallen van een boom,
  • hagel,
  • storm,
  • sneeuw- of ijsdruk,
  • natuurrampen.

De meeste brandverzekeringen dekken ook de schade die wordt veroorzaakt door:

  • elektriciteit: uitwerking van de elektriciteit op elektrische installaties en toestellen (bijvoorbeeld schade aan elektrische toestellen door overspanning, of het verlies van de inhoud van de diepvriezer daardoor (ontdooiing)),
  • rook of roet,
  • waterschade door breuk van leidingen, overlopen van dakgoten, sanitaire installaties of elektrische huishoudapparaten, insijpelen van water door het dak, vorst (op voorwaarde dat de nodige voorzorgsmaatregelen werden genomen),
  • glasbreuk (bijvoorbeeld veranda, ramen),
  • schade aan het gebouw (bijvoorbeeld deuren, ramen) na een inbraak of vandalisme (deze dekking geldt soms alleen als de verzekerde ook een optionele dekking diefstal heeft afgesloten).

Talrijke verzekeringsmaatschappijen dekken ook de andere kosten die aan deze schadegevallen verbonden zijn:

  • de kosten van huisvesting,
  • de expertisekosten,
  •  …

Sommige brandverzekeringen voorzien ook in de dekking van uw huurdersaansprakelijkheid wereldwijd, onder meer bij het huren van:

  • een studentenkot,
  • een vakantiewoning,
  • een feestzaal.

Jaarlijks doen zich in België zo’n 10 000 branden voor

En 65 % van de Belgen heeft nog geen rookmelders. Deze alarmerende cijfers wijzen op een ernstig probleem: wij houden ons erg weinig bezig met brandpreventie. Ook al is de materiële schade vaak enorm en vallen er in België jaarlijks bijna 1600 slachtoffers.

Nochtans kunnen een paar eenvoudige maatregelen uw leven redden:

  • installeer voldoende rookmelders;
  • plan en oefen een vluchtroute;
  • laat uw woning nakijken door een brandpreventieadviseur.

Investeren in de beveiliging van uw woning geeft recht op belastingvermindering

Belastingplichtigen die investeren in een betere beveiliging van de woning waarvan ze eigenaar of huurder (of bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker) zijn, kunnen een belastingvermindering genieten. Om recht te hebben op deze vermindering, moeten de werken wel door een aannemer worden uitgevoerd.

 

standard

Kotstudenten? Heel wat studenten keren terug naar hun kot. Maar wat met de huuraansprakelijkheid: is die wel verzekerd?

Met het nieuwe academiejaar voor de deur en als ouder van studerende kinderen kunt u zich de vraag stellen over de nodige verzekeringen voor het kot van uw kind.

Hieronder zetten we enkele aandachtspunten op een rijtje.

De huuraansprakelijkheid

Indien u een brandverzekering heeft lopen voor uw woning als hoofdverblijfplaats (als eigenaar of als huurder), hoeft u geen aparte huuraansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor een gehuurde studentenkot. In de meeste brandverzekeringen zit namelijk een extra waarborg die hiervoor een oplossing biedt. U kan deze verzekeringsuitbreiding terugvinden in de algemene voorwaarden van uw brandpolis onder de rubriek die de aansprakelijkheid van de verzekerde ook dekt voor ‘materiële schade veroorzaakt aan het verblijf gehuurd of gebruikt door de studerende kinderen.’

  • Worden als ‘verblijf’ beschouwd:
    • de kamer van het studerende kind
    • de door hem of haar gebruikte gemeenschappelijke ruimten

    Kamers van andere studenten zijn niet gedekt.

 

  • De tussenkomst is beperkt tot schadegevallen:
    • die gedekt zijn door de brandverzekering (brand, waterschade, kortsluiting, glasbreuk), en
    • waarbij de huurder-student aansprakelijk wordt gesteld voor de schade aan het gehuurde of gebruikte gebouw.
    • Pure huurschade zoals vlekken of krassen op de muur, waarvoor een huurwaarborg wordt gedeponeerd, vallen hier dus niet onder.

 

Wat als meerdere studenten samen een gebouw huren?

Wanneer de student afzonderlijk een huurcontract ondertekent waarin expliciet wordt verwezen naar een kamer en de gemeenschappelijke ruimten, is er weinig kans tot discussie. Enkel de schade aan de in het contract vermelde ruimtes is verzekerd. Maar het gebeurt steeds vaker dat appartementen, studio’s of zelfs kleine huizen door verschillende studenten samen worden gehuurd. Hoe zit het dan op het vlak van de huuraansprakelijkheid van de studenten?

Situatie 1: huurcontract is ondertekend door 1 persoon

    • de student die het huurcontract ondertekende is als enige aansprakelijk voor huurschade aan het gebouw;
    • dit geldt ook wanneer de schade werd veroorzaakt door onderhuurders;
    • zodra een gebouw (appartement, huis, studio …) in zijn geheel wordt gehuurd door een kind van de verzekerde en in het kader van studies, dient u ons te contacteren. Niet alle verzekeringscontracten aanzien dit als een gewone verblijf voor studenten.

Let op: de verzekeraar kan in dit geval wel verhaal uitoefenen tegen de andere onderhuurders!

Situatie 2: alle bewoners van het gebouw ondertekenden het huurcontract

    • in dit geval zijn alle studenten gezamenlijk aansprakelijk voor huurschade;
    • de schadevergoeding aan de verhuurder (of aan derden) is ten laste van alle medehuurders;
    • voor deze vergoeding is het eventueel mogelijk de huurdersaansprakelijkheidsverzekering van 1 van de studenten aan te spreken, en vervolgens verhaal uit te oefenen op de andere studenten.
    Let op: de verzekeraar kan in dit geval wel verhaal uitoefenen tegen de andere onderhuurders!

Tip!

Om heel wat problemen te vermijden, raden we u als ouder van studerende kinderen aan dat u erop toeziet dat:

  • alle huurders en medehuurders een huurdersaansprakelijkheidsverzekering hebben (al dan niet via de brand- of familiale verzekering van de ouders)
  • alle studenten ofwel een afzonderlijk huurcontract ondertekenen, ofwel samen 1 huurcontract ondertekenen.

De persoonlijke spullen van het kind

    • De brandverzekering van de ouders dekt ook de schade aan persoonlijke spullen die hun studerende kinderen meenemen op kot. Bv. computer, tv, gitaar …
  • Opgelet met waarborg Diefstal: de inboedel in een studentenkot is niet automatisch verzekerd in diefstal door de brandverzekering van de ouders.

 

Vragen of weet u niet zeker of u in orde bent, contacteer ons!  

 

bron www.aginsurance.be

standard

Ik wil mijn woning verbouwen. Verandert dat iets aan mijn brandverzekering?

Voor uw veiligheid moet u als eigenaar van een woning kunnen beschikken over een verzekerd bedrag dat overeenstemt met de kostprijs om het gebouw te laten heropbouwen. Deze nieuwwaarde wordt bij het sluiten van de brandverzekering berekend op uw bestaande woning.

Als u een verbouwing uitvoert die de waarde of de indeling van uw huis significant beïnvloedt, is het noodzakelijk dat u dat laat weten aan uw brandverzekeraar. Anders riskeert u onderverzekerd te zijn.

Indien bij een schadegeval blijkt dat u onderverzekerd bent, is de verzekeraar genoodzaakt de evenredigheidsregel toe te passen tenzij uw polis de toepassing van deze regel tempert. Hoe dat gebeurt, kan u uitmaken uit onderstaand voorbeeld:  Stel, u heeft uw brandverzekering gesloten op het ogenblik dat het 120.000 euro waard was. Inmiddels heeft u verbouwingen verricht waardoor uw huis nu in feite 140.000 euro waard is tegen nieuwwaarde. U heeft een schadegeval dat gedekt door de brandverzekering en de schade wordt geraamd op 20.000 euro. De verzekeraar zal volgende berekening maken:

20.000 X 120.000/140.000 = 17.142,86 euro

Indien u de geleden schade volledig wil herstellen en de beschadigde delen terugbrengen in de oorspronkelijke staat, komt u bijna 3.000 euro tekort. U leest het: u kunt uw brandverzekeraar (of makelaar) maar beter op de hoogte brengen van iets dat de waarde van uw huis heeft doen stijgen.

Opgelet: Indien het omgekeerde gebeurt en u bent oververzekerd, kan u mogelijk een lagere premie bekomen voor uw brandverzekering, maar u zal nooit méér vergoed krijgen dan de eigenlijke schade. De brandverzekering is immers een schadeverzekering en dient dus enkel en alleen om de schade te vergoeden en niet om u te verrijken.

 

bron www.assuralia.be